Het schilderij

De architect Jan Zieleman liep woest de vergadering uit. Onderweg rukte hij
zijn jas van de kapstok en liep de deur uit. Hij nam de weg rechtsaf en liep
maar wat. Niemand neemt me serieus, wat ik ook inbreng. Hij stopte zijn
gebalde vuisten in zijn zak en liep flink door. Eerst willen ze een protserig
huis met Griekse pilaren en bij de eerste vergadering al…verdomme. Te laag,
te burgerlijk. Hij haalde diep adem en spuugde. Bij de tweede poging… te hoog,
niet breed genoeg. Dit was al de zesde keer en nu kunnen ze met hun allen
op het dak gaan zitten. Ze hebben nog geluk dat ik ze niet er vanaf schiet.
Hij liep een tijd nors voor zich uit te kijken en werd steeds rustiger.

Hij keek om zich heen en ontdekte dat hij dicht bij het Gemeente museum stond.
Hij haalde zijn portefeuille tevoorschijn en wandelde naar binnen met zijn
museumkaart in de hand. Hij schuifelde van zaal naar zaal. Voor een schilderij
dat heftig beschilderd en bekrast was met blauw, zwart, rood en geel bleef hij
staan. Ik vraag me af wat de schilder hiermee wilde zeggen. Ik weet niet waar ik
naar kijk en ik snap er niets van. Hij schudde zijn hoofd, liep verder en kwam in
een zaal terecht met geschilderde naakten. Hij werd aangetrokken door die grote
schilderij met de verleidelijk liggende vrouw op de bank. Wat een prachtige vrouw,
erg mooi geschilderd, alles klopte, misschien is haar gezicht ietsje aan de korte
kant. Maar, is dat niet…hoe heet ze ook al weer. Shit, die stomme veter, even zitten
en strikken. Ik kende haar toch? Is dat niet de dochter van Marian? Ik… Hij stond
op en volgde een figuur die net de doorgang van de andere zaal nam. Hij liep er
achter aan, maar ze was verdwenen. Ik zou zweren dat zij het was.

Marieke had twee jaar geleden model gezeten voor schilder Hugo Caspers. Ze wist
van zijn reputatie wat vrouwen betrof, maar dacht dat het geen kwaad kon om naakt
voor hem te poseren. De vluchtige verhouding was allang voorbij toen ze zag dat er
een expositie van zijn werk zou zijn in het Gemeente museum. Nieuwsgierig fietste
ze er heen. Toen ze de zaal inliep, bleef ze staan. Haar eerste reactie was om haar
hand voor haar mond te doen, maar zag daar vanaf. Stel je voor dat ze de aandacht
op zich vestigde. Ze keek naar de vrouw op het schilderij en voelde hoe haar hoofd
dieprood aanliep. Ze bleef eerst op afstand staan en liep pas voor pas dichterbij.
Oh mijn God, fluisterde ze en voelde hoe haar hart tekeer ging als een gek. Stel je
voor dat iemand die ze kende dat schilderij zag, wat moest ze dan zeggen als ze
aangesproken werd? Ja, ik ben het of keihard ontkennen. Haar dieprode kleur zou
haar verraden. Wat erg en vervelend om haar zo ten toon te stellen. Wat was ze stom
geweest om zo voor hem te gaan liggen.
Ze draaide zich om en schrok van een man die met veel belangstelling stond te kijken
naar het schilderij. Oh nee toch. Wat deed hij hier? Moest hij niet op zijn werk zijn?
Afschuwelijk. Hij tripte bijna, keek neer naar zijn schoenen en zocht een bank op om
een veter vast te maken. Ze liep achteruit naar de dichtstbijzijnde doorgang, ze draaide
zich om en maakte dat ze weg kwam. Het was Jan, collega en vriend van haar moeder.