Een dagroute van tien euro

P1040815 Tientje

Een directeur had veel geld vergokt in het casino, maar ach, wat geeft dat.
Hij kwam voorover gebogen en kuchend, jasje verkreukeld tegen de ochtend
het gebouw uit en stond op zijn chauffeur te wachten. Waar bleef die beste
man nou? Op een helder moment wandelde hij naar het parkeerterrein en
ontdekte zijn glimmende, zwarte sportauto die hij zelf daar vannacht
had geparkeerd. Hij doorzocht zijn zakken, vond zijn sleutel. Inez. Als ze
hem maar niet de koude schouder gaf. Daar was hij niet ongevoelig voor en
schoot in een depressie als ze hem negeerde. Ja, hij hield nou  eenmaal van
zo nu en dan een gokje wagen en dat wist ze. Net als hij de deur van zijn
auto had geopend, zag hij uit de hoek van zijn oog een beweging. Hij keek
op. Een man met haar kort, een behaarde kin, zijn mond was niet te zien en
ogen onder borstelige wenkbrauwen die hem aankeken. Zijn jas was kapot en zijn broek hield op bij driekwart boven zijn enkels. Een teen stak uit zijn
ene schoen. Hij schrok. Wat wilde die man van hem zo vroeg in de ochtend?
Hij wurmde zich in zijn sportieve car en scheurde weg.

De zwerver liep verder tussen de auto’s naar de grond te kijken. Wat een
rare man. Hij dacht zeker dat ik hem ging beroven. Rare kwibus. Hij had
nooit verteld aan de  andere daklozen dat hij soms op parkeerterreinen geld
vond. Dat was zijn geheim. Hij speurde verder en zag iets liggen, het was
opgevouwen. Hij raapte het op en stopte het meteen weg. Hier had net die
vreemde man gestaan met die zwarte auto. Hij liep gauw weg en ging in een
portiek staan om naar zijn vondst te kijken. Tien euro. Zoveel had hij nog
nooit gevonden. Altijd munten, nooit papiergeld. Hij voelde de blijdschap
in zijn buik borrelen of was dat honger? Hij was rijk. Als hij zuinig deed,
kon hij hiervan een week eten. Hij moest het zien te wisselen. Nadat hij
door een paar winkelstraten had gewandeld, besloot hij het geld bij de
slager te  wisselen. Hij had wel trek in een stukje vlees. Hij ging naar
binnen en zocht het goedkoopste stukje vlees uit.

Bij de kassa gaf hij het tientje aan de caissière die vroeg of hij niet
een euro dertig had. ‘Nee,’ zei hij. De jonge vrouw achter de kassa
deinsde een stukje terug en hij snapte niet waarom. Ze gaf hem zijn
wisselgeld terug. Hij vroeg of het vijfje kleiner kon. Als hij op de markt
of ergens anders ging waar de spulletjes goedkoop waren, wilde hij niet
gezien worden met een briefje. Met muntjes leek het er veel meer op dat
hij had gebedeld. Hij keek hoe de la dichtging met zijn gevonden biljet
erin.Hij ging naar buiten en ging in een hoek staan eten waar hij de
caissière kon zien. Hij was nieuwsgierig wie het briefje uit de kassa kreeg
dat bovenop lag. Mensen stopten een kaart in die rare apparaten als ze
moesten betalen. Eindelijk kreeg iemand geld terug. Die betaalde met een
briefje van twintig. De dame die zijn gevonden briefje had gekregen liep de
winkel uit. De zwerver gaf de achtervolging op toen ze in haar auto stapte
en wegreed.

De dame reed naar huis. Ze pakte haar boodschappen uit en legde alles weg. Het lekkers oor bij de koffie legde ze voorzichtig in de koelkast. Daarna
zorgde ze voor koffie die door het hele huis te ruiken was. Ze was vandaag
jarig en kreeg vanmorgen bezoek van vriendinnen. Ze controleerde of er
genoeg flessen witte wijn in de koelcel stonden. Iedereen die haar had
gevraagd wat ze voor haar verjaardag wilde had ze gezegd een envelopje. Ze wilde haar lang gekoesterde wens vervullen, ze wilde een ballonvaart maken. Loes had gezegd dat ze met haar mee zou varen. Dat vond ze fantastisch. Eerst moest ze Loes haar tientje teruggeven dat ze vorig week van haar had geleend toen ze bij de bakker tekort had. Meteen toen Loes arriveerde kreeg ze haar geld aangereikt dat ze met een hoofdknik in haar portemonnee stopte.

Loes had een keer in de week Engelse les bij Mrs. Inez Teatree uit Londen die haar hobby uitoefende om mensen te leren kennen in het dorp waar haar man haar naartoe had gebracht. Meteen bij de deur moest Loes van het Nederlands overschakelen naar Engels. Na twee jaar ging de overschakeling soepel. Niet meer struikelend over haar woorden, zoeken naar woorden of Nederlandse woorden in de strijd gooien als toen. Ze sprak het aardig. Aan het eind van iedere les gaf ze Mrs. Teatree twee tientjes.

Iedere vrijdagmiddag na de les met Loes, liepen ze samen de deur uit. Loes ging naar huis en Mrs. Teatree liep richting de markt met de in ontvangst genomen briefjes van Loes. Ze vond het nog altijd fijner om zelf haar fruit te halen dan het op een onpersoonlijke manier te laten bezorgen. Soms ontmoette ze een van haar oud-leerlingen met of zonder kinderen die ook over de markt liepen. Ze was de laatste klant en zag hoe de fruitverkoper zorgvuldig zijn geldkist dichtdeed en op slot draaide. Hij nam de kassa mee en schoof hem onder de bank van zijn auto die dwars geparkeerd stond achter zijn kraam en sloeg de deur dicht.

Toen ze naar huis wilde gaan, viel haar oog op een zwerver met kort geknipt
haar, met baard en snor. Hij kwam haar bekend voor, maar ze kon er niet opkomen wie hij zou kunnen zijn. Van haar wisselgeld liep ze op hem af en duwde twee euro in zijn hand. Hij keek verbaasd op en toen zag ze het. ‘Eric? Eric, ben jij dat?’ De volgende minuut stond ze stokstijf, mond open te kijken naar de verdwijnende rug van haar broer.

 

2 reacties op “Een dagroute van tien euro

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *