De man met de gitaar

Juan legde zijn gitaar neer nadat hij twee uur had geoefend. Hij deed een schoon overhemd aan, en besloot op bezoek te gaan bij zijn tante die in een dorpje dertig kilometer buiten de stad woonde. In zijn Corvette reed hij op zijn gemak het dorp in en parkeerde voor het huis van zijn tante. Hij stapte uit en keek naar zijn blinkend zwarte auto, zijn trots. Tante Josefa was blij om hem te zien. Ze stond net broodjes uit de oven te halen en nodigde hem uit om te gaan zitten.
‘Heb je zin in koffie?’ vroeg ze.
‘Ja tante, dat zou lekker zijn. En door de geur van het gebakken brood, voel ik nu hoe hongerig ik ben.’
‘Dan zal je even moeten wachten totdat het brood is afgekoeld.’
Ze zette koffie en schonk twee kopjes in.
‘Hoe is het met je, tante?’
‘Ik heb niet te klagen, staan en lopen gaan goed hier in huis. Straks als ik boodschapjes ga doen, moet ik wel mijn wandelstok meenemen. Gisteren kon ik niet eens naar de begrafenis van Pedro. Die afstand red ik niet meer.’
‘Oh, wat jammer. Heb je Margaritha al gezien?’
‘Ja, ik heb haar na de Mis gisterochtend gesproken. Het begint hier uit te dunnen. Veel van de mensen met wie ik opgroeide, zijn dood.’
‘Ja tante, zo is het leven.’
‘En hoe gaat het met jou? Nog steeds tokkelend op je gitaar?’
‘Tante, het is mijn lust en mijn leven. Maar ik ontdekte dat ik het reizen beu ben.’
‘Je hebt het aardig volgehouden al die jaren. Heb je plannen?’
‘Ik heb een stuk grond gekocht ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Madrid.
‘Zo, dat is niet echt naast de deur.’
‘Het scheelt in reistijd om daar te wonen, en ik ben verliefd…’
‘Zo, dat werd tijd! Waar ontmoette je haar?’
‘In de nachtclub waar ik optreed.’
‘In een nachtclub? Wat is dat voor iemand?’ vroeg tante wantrouwig.
‘Tante, ze is beeldschoon. Ze komt uit Curaçao en is hier komen werken.’
‘Curaçao? Waar ligt dat?’
‘Als je een vliegtuig neemt, vlieg je over de Atlantische Oceaan er zo naar toe. Het ligt niet ver van de kust van Venezuela.’
‘Wat is ze een end gekomen om te werken. Wat voor werk doet ze?’
‘Luister tante, in plaats om over haar te praten, ga ik over haar zingen. Deze afgelopen week heb ik dit lied geschreven en ben bezig muziek erbij te maken. Het is nog niet af. Ik haal even mijn gitaar uit de auto.’
Tante Josefa ging toen hij terugkwam ervoor zitten en luisterde aandachtig.
‘Wat een bijzonder mooi lied. Ik hoor het al, je hebt het zwaar te pakken. Dus zij is danseres in de nachtclub waar jij speelt.’
‘Ja.’
‘Hoe lang ken je haar al?’
‘Twee maanden zo ongeveer.’
‘Ik hoop voor je dat ze degene is op wie je wachtte,’ zei tante en stond zuchtend op.

Een maand later hield Juan het niet meer uit. Ze kenden elkaar nu drie maanden. Hij zou haar vanavond ten huwelijk vragen. Hij had iets bij zich dat in zijn zak brandde. Vanavond zal hij zekerheid krijgen.
In de pauze zaten ze uit te rusten en met elkaar te praten. Juan toverde een doosje uit zijn zak en gaf het aan Lucia. Hij wachtte haar reactie af. Ze keek hem aan, nam het doosje en deed de strik in zijn ogen tergend langzaam open. Het deksel haalde ze eraf en keek eerst met opengesperde ogen naar de inhoud en toen naar Juan. Ze begon te stralen en haar ogen vulden zich langzaam met tranen.
Juan haalde de ring uit het doosje en schoof het aan haar vinger terwijl hij zei: ‘Lucia, wil je met me trouwen?’
‘Ja,’ ze viel hem om de hals en ging op zijn schoot zitten, ‘maar ik moet naar mijn ouders toe om te vertellen dat we gaan trouwen.’
‘Ik ga met je mee.’
‘Nee, ik kan het best eerst alleen gaan, dan kom jij later.’
‘Kan je niet bellen met je ouders?’
‘Het is een gedoe om van hieruit te bellen, omdat ze vaak weg zijn.’
‘Ik vind het niet leuk dat mijn kersverse verloofde meteen al weg moet.’
‘Jij komt ook, maar een paar dagen later.’

Juan was een paar weken later naar Curaçao gevlogen. Hij verbleef in een hotel die hij en Lucia samen hadden uitgezocht. Lucia zou hem op komen zoeken. Zij vertelde hem niet waar zij woonde. Hij vond het vreemd, maar ze stond erop om het nog niet aan hem te vertellen.
Hij bracht zijn eerste dagen door met het verkennen van Punda en Otrabanda. Hij liep straat in straat uit totdat hij moe was en ging zitten op een bankje op een plein. Van daar kon hij de mensen gadeslaan. Het viel hem op dat ze een mengelmoes van kleurrijke mensen waren. Hij luisterde naar de taal en kon sommige woorden Spaans thuisbrengen. Hij hoorde ook wat Engels en Portugees in. De rest was voor hem vreemd.
De eerste keer dat hij Lucia aansprak in het Engels sprak ze het gebrekkig met veel Spaanse woorden, waardoor het gesprek automatisch in het Spaans overging. Voor haar was dat makkelijker naast het Papiamento. Hij vroeg zich nu af waar ze was. Ze liet hem wel wachten, zo had hij tijd genoeg om over zijn leven na te denken.
De beginselen van het gitaarspelen heeft hij van een vriendje geleerd. Na thuis herhaaldelijk te vragen voor een gitaar, kreeg hij op zijn vijftiende er eindelijk een. Hij volgde vier jaar lang lessen van de bekende speler Pinar. Voor zijn lesafsluiting moest hij een avond mee naar de club waar Pinar speelde. Pinar schoof hem in zijn pauze het podium op. Juan vergat nooit hoe al die ogen op hem gericht waren en was echt van plan te vluchten totdat hij oog in oog kwam met Pinar. Hij was in tweestrijd. Hij kon al het werk van vier jaar niet gaan weggooien omdat hij bang was, dus bleef hij. Na een onhandig begin speelde hij de sterren van de hemel. Het applaus was schitterend. Hij was besmet. Hier moest hij meer van hebben en zo begon zijn carrière.

In de liefde had hij niet zo een succes. Zijn eerste vriendin vertrok na een paar maanden. Ze vond het leven met hem te saai. Hij had een totaal andere levensritme dan zij. Zijn tweede vriendin is drie jaar bij hem gebleven. Zij werkte als model en werd ontdekt door een Amerikaanse firma, die haar vroeg om naar Amerika te komen. Ze keerde nooit meer terug. Hij heeft haar wel eens op de cover van een glossymagazine gezien en voelde zich in de steek gelaten. Hij is alleen gebleven, ging sparen en kocht een stuk land voor later.
Juan werd langzaam wakker. Op de klok was het bijna tien uur. Hij sprong monter uit bed en kleedde zich aan. Hij liep langzaam de trap af om in de lounge koffie te gaan drinken. Hij geloofde eerst zijn ogen niet en knipperde nog een keer. Ja, het was Lucia. Ze was er en zag er bijzonder mooi uit in een blauwe jurk. Hij sprong met twee treden tegelijk de trap af en omhelsde haar. Toen hij in haar ogen keek, zag hij heel iets anders. Verdriet. Hij trok haar mee naar het strand, bemachtigde twee strandstoelen en schoof ze onder de namaak palmbomen. Hij nodigde Lucia uit om te gaan zitten en nam zelf plaats op de andere strandstoel. Hij pakte haar hand vast en zei niets. Hij keek naar de ruisende zee en wachtte.
Na een tijdje wendde hij zijn blik naar Lucia. Stil als een beeld zat ze, ogen dicht, met onophoudelijke tranen die over haar wangen rolden en verdwenen in de hals van haar jurk. Hij kneep wat vaster in haar hand.
Eindelijk gingen haar ogen open. Ze draaide haar hoofd en keek Juan aan en glimlachte naar hem.
‘Ik ben zo blij dat je hier bent en dat ik jou in alle vrijheid koos om mee te trouwen.’
‘Ik ben heel gelukkig om dat te horen.’
‘Met mijn ouders heb ik een strijd moeten voeren voor mijn vrijheid. Daarom duurde het zo lang voordat we elkaar weer ontmoetten.’
‘Dat begrijp ik niet. Wat is er precies gebeurd?’
‘Mijn ouders en ik hadden al langer ruzie. Het ging allemaal om geld. Ze zochten een man voor mij uit om mee te trouwen, die mijn opa had kunnen zijn. Ik weigerde. Mijn beroep als danseres vonden ze niets voor een dochter van een welgestelde familie. Dit was al twee jaar aan de gang.’
‘Kwam je daarom in Madrid dansen?’
‘Ja, na Aruba, Caracas en Florida. In deze plaatsen merkte ik dat de mensen van mijn vader me achtervolgden en ik trok toen verder weg naar Madrid.’
‘Waarom kwam je terug? Ik heb wel een vermoeden, maar wat was je diepste reden?’
‘Jou. Ik wilde mijn ouders vertellen over jou. Ik wilde ook dat ze die belachelijke belofte introkken over een zakelijk huwelijk. Dat ze mij respecteerden als hun dochter en als een vrouw die haar eigen keuzes maakte. Mijn keuzes konden goed gaan maar ook fout. Ze waren altijd mijn keuzes.
‘Hoe was het afgelopen?’
‘Ik moest wachten totdat die man kwam op een diner die mijn ouders hadden georganiseerd. Ik wist wel wat ze probeerden, maar ik had iets anders gepland. Na het eten liep ik met hem naar buiten en vertelde hem dat ik van iemand anders houd en niet met hem kon trouwen. Hij vroeg me om erover na te denken. Hij gaf me drie dagen. En ik moest beloven geen contact met jou op te nemen, zodat ik zuiver een beslissing kon maken.’
‘Dat was wel zo netjes van hem.’
‘Ja, maar de afloop was niet zo netjes. Na drie dagen kwam hij en we gingen weer buiten praten. Ik vertelde hem mijn beslissing. “Goed, zei hij, het gaat je goed”. Hij liep snel naar binnen en vroeg mijn ouders te spreken. Er waren stemverheffingen te horen. Even later liep hij me bijna omver, klom achter in zijn auto en de chauffeur reed weg. Mijn ouders waren razend op mij. Door mij hadden ze veel geld verloren. Ze zouden met hem in zee gaan en een groot hotel bouwen. De plannen lagen al klaar. Ze wilden me niet meer zien. Ze hadden geen dochter meer.’
‘Wat triest en onnadenkend. Verschrikkelijk! Hoe konden ze als ouders zoiets doen, hun dochter verstoten. Dit vind ik triest. Ik snap ineens je verdriet.’
Juan viel stil en keek weer naar de zee. Hij zag in de verte een groot schip voorbij varen. Toen het uit zicht was, stond hij op en ging zitten naast Lucia op haar strandstoel. Hij pakte haar handen en kuste ze allebei. Hij keek naar de vrouw met wie hij zijn leven voorgoed zou willen delen. Hij vertelde het haar waarop ze straalde.
‘Heb je kleren bij je?’
‘Ja, mijn koffer staat bij de portier.’
‘Goed, we zetten het op de kamer en we gaan lekker zwemmen.’
’s Avonds zaten ze aan het diner en in de pauze van een Amerikaanse gastzanger, excuseerde Juan zich en even later waren de warme klanken van zijn gitaar te horen. Hij zong zijn nieuwe liefdeslied, dat Lucia naar het podium lokte om te dansen. Na het lied kregen ze een warm applaus. Juan en Lucia verlieten gearmd het podium.

Gepubliceerd in 2010 in 'OP WEG NAAR DE HORIZON', 
verzamelde verhalen van Nederlandse en Belgische auteurs.