Club Caribana

Ik stapte uit de bus en keek om me heen. De anderen die ook uitstapten liepen diverse kanten op en waren snel verdwenen. Een telefooncel. Het was niet vernield. Gerustgesteld liep ik naar het centrum.
Na enkele minuten kwam ik op mijn bestemming aan en las de grote blauwe verlichting; Club Caribana. Ik voelde me onzeker en bang. Ik duwde de deur open, keek schichtig om me heen. Van achter een gordijn bij de deur luisterde ik naar de salsa muziek die op me afkwam. Ik hing mijn jas op, maar aarzelde nog een paar seconden of ik naar binnen zou gaan.

Ik was benieuwd en dat had mij hier naar toe gedreven. In de laatste brief stond dat als ik wilde weten wie de schrijver was, ik naar Club Caribana moest komen. De ondertekening was hetzelfde als al de andere brieven. Nou, hier stond ik dan.
De rechercheur met wie ik had gesproken en de brieven had laten lezen, zei dat hij niets voor me kon doen. Alleen als ik merkte dat ik werd gevolgd, moest ik de politie bellen. Ik zag me al in mijn angst zoeken naar een telefooncel om de politie te bellen dat ik achtervolgd werd. Ik had geen mobieltje zoals zoveel mensen om me heen. Na mijn scheiding ben ik berooid achtergebleven, helemaal kaal geplukt en woonde op een kamertje. Mijn danswerk stelde niets voor en een mobieltje was een luxe. Als de politie er niets aan deed, dan moest ik het maar zelf doen.

Mijn nieuwsgierigheid was groter dan mijn angst en ik deed het gordijn langzaam open. Mijn ogen moesten wennen aan het schemerlicht. Aan de bar hingen figuren met een glas voor zich. Rechts was er een dansvloer die goed benut werd. Langs de rand waren nissen, maar daar ging ik echt niet zitten. Ik koos een kruk aan de bar, bestelde een cola en keek naar de dansvloer.
Er was een man die mij liet vergeten wat ik hier kwam doen. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden, wat kon hij dansen. Zijn danspartner danste een eind van hem weg. Hij had ongetwijfeld salsa in zijn bloed en hij mocht er zijn met zijn lange benen en blije gezichtsuitdrukking. Hij zwierde rond en die bewegende benen waren formidabel.
Toen de muziek afliep, kwam hij aan de hoek van de bar staan en bestelde een pilsje. Hij nam een paar slokken, draaide zich om en keek naar de dansende mensen. Ik volgde zijn blik. Hij klapte en floot. ‘Super,’ riep hij.
Het dansende paar was inderdaad goed.
‘Zin om te dansen?’ vroeg hij.
‘Nee, dank u wel.’
‘U? Ik ben Antonio, zeg maar jij. Ben je hier ooit eerder geweest?’
‘Nee, nog nooit.’
‘Jammer, het is de enige plek in de omgeving waar je lekker Zuid-Amerikaans kunt dansen als je er van houdt.’
Ik knikte en bestudeerde hem, terwijl hij sprak. Zijn haar was donker, sluik en achterover gekamd. Zou hij in staat zijn om zulke brieven te schrijven? Ik twijfel.
‘Kom je hier vaak dansen?’ vroeg ik hem.
‘Bijna elk weekend. Wil je met me dansen?’
‘Nee.’
Hij zwaaide en ging alleen de dansvloer op. Tussen de paartjes swingde hij en had er plezier in.

Ik richtte mijn aandacht op de mensen aan de bar. Nee, die ziet er niet uit als een brievenschrijver, hij kon nauwelijks zijn glas vasthouden met die kromme vingers. Die naast hem ziet er uit alsof iemand hem achtervolgde, hij keek steeds achterom, zijn ogen gingen heen en weer en stonden geen moment stil. Wat een zenuwenlijder, zeg. De volgende zat in zijn glas te turen, alsof hij in de gaten hield hoe zijn drank steeds minder werd en het jammer vond. De andere hees zijn glas, maar dronk niet. Hij bleef jaknikken op het ritme van de muziek en zette zijn glas neer. De muziek stopte en hij dronk gauw een paar slokken. Zou de ritmische knikker, de schrijver zijn van de brieven? Zijn handen zagen er gezond uit.
Ik voelde dat iemand naast me stond en keek om. Antonio kwam een slokje nemen van zijn bier en vroeg of ik een drankje wilde. Ik nam een cola. Hij stak zijn hand uit en vroeg: ‘dansen?’
Ik aarzelde, maar volgde hem naar de dansvloer. Hij pakte me vast en we dansten een Tango. Mensen gingen opzij om ons te bekijken. Kijk mij nou, ik geniet. Na al die maanden mezelf een niets te voelen, niet uit willen gaan met mijn vrienden, stond ik me hier te vermaken. Alle lessen van mijn vader die een Tangodanser was, stond ik hier ten toon te spreiden. Geweldig. De Tango stopte en de mensen aan de kant applaudisseerden.
Aan de bar kregen we complimenten van de ritmische jaknikker en zijn buurman. De man met de kromme vingers had zijn aandacht nodig om iedere keer zijn glas vast te pakken. De zenuwenlijder was verdwenen. Ik nam een slokje.
‘Top, dat je met me danste. Je passie is er nog.’
Verbaasd keek ik hem aan en vroeg: ‘Waar heb je het over?’
‘Jaren bewonderde ik je toen je op hoog niveau danste.’
‘Wie ben jij dan?’
‘Antonio, Tony. Ik verzorgde jouw showkleding en die van je partner, maar je zag me niet staan.’
Zelfs een vage herinnering had ik niet van hem.
‘Schreef jij mij die brieven?’ vroeg ik achterdochtig.
‘Ja, ik vind je een boeiende, passionele vrouw die bijzonder moet zijn in bed. Mijn brieven zijn toch duidelijk? Ik wil je hebben als mijn liefje en mijn danspartner.’
Ik rilde en schudde heftig mijn hoofd. Al die angstige uren, onschuldige mensen wantrouwend aankijken, kwamen terug. Ieder keer weer als zo’n smerige brief mij weer bereikte. Nijdig stond ik op en liet mijn hak op zijn danstenen vallen. Het glas keerde ik om boven zijn vette gel haren. Al had ik niets meer, ik zou mijn waardigheid behouden. Ik vertrok.