Toespraak van Else Flim

Openingswoord Else Flim bij boekpresentatie Wees Gelukkig
9 december 2018 aanvang 14 uur Muziekcentrum Schering en
Inslag Eemnesserweg 15A Laren
(Na aankondiging door Ziara Bogaers, 11 minuten)

Dank je wel, Ziara. Dames en heren, we hebben allemaal zoveel
beelden in ons hoofd. Iedere keer gaat er een luikje in onze hersenen
open en springen die plaatjes tevoorschijn. Als ik bijvoorbeeld Ziara
zie, moet ik altijd denken aan: … de Harmonie. Ja, dat verbaast u
misschien dus ik zal uitleggen hoe dat zo is gekomen. Mijn man, Aad
Kok, en ik kennen Irma en Gerrit al heel lang. In het verhaaltje dat ik
wil vertellen, waren hun kinderen nog klein. Mijn man zou 40 jaar
worden en dat vond hij verschrikkelijk. Zó erg dat hij tegen iedereen in
zijn omgeving zei: De captain heeft de landing al ingezet. Nou dacht
ik, als we die verjaardag gewoon 3 weken eerder vieren is hij er op de
dag zelf mooi vanaf. Dus ik organiseerde een Surprise Party want in de
film vindt iedereen dat altijd erg leuk! Een uur van tevoren waren de
gasten aanwezig om met een koordirigent, een lied van Drs. P in te
studeren. Het refrein luidt: Blik Vooruit, dat is een wijs besluit. Toen
hij voor zogenaamd een etentje naar binnen was gelokt, schrok hij
zich wild want het hele koor barstte in gezang uit, iedereen met een
glas in de hand en de kinderen renden heen en weer. Hij wilde
weglopen maar dat lukte niet want ik hield hem tegen. Gelukkig maar
wánt het werd reuze gezellig, voorál toen in de verte de klanken van
de Harmonie klonken. De muziek werd steeds harder. En ja de deur
ging open en het hele Harmonie gezelschap met drummers en
trompetters stapte door de ruimte en er werd een aubade aan de
bijna 40-jarige gebracht. De kinderen sprongen vrolijk in het rond en
iedereen danste mee. Na afloop dronken de muzikanten een flinke
borrel en vertrokken luid spelend. Even later kwamen onze kinderen
naar Irma en mij toe en ze riepen opgewonden: Die kleine Ziara is
weg, ze is achter de Harmonie aan! Wij renden de parkeerplaats af, de
straat op en ja, in de verte, daar marcheerde ze, helemaal in de maat
en met de Blik Vooruit. Het kostte Irma nog enige moeite om haar bij
de muziek weg te slepen. Zoiets vergeet je niet meer…

Ach, dames en heren, al die beelden in ons hoofd, ze dringen zich aan
ons op, bij een geur, een kleur, bij bepaalde muziek, in kou en bij
zonneschijn. En het worden er steeds maar meer. Stelt u zich eens
voor hoeveel beelden een schrijver in zijn of haar hoofd heeft. Niet
alleen van het eigen leven maar ook van alle personages, hoe ze eruit
zien, waar ze wonen, welke kleren ze dragen, in welke richting ze
lopen of rijden. Dán kunt u helemaal begrijpen hoe vol het hoofd van
Irma was toen zij begon met het samenbrengen van de beelden van
haar leven op Aruba.
Eerst voor de  bundel korte verhalen Kralen uit de Cariben. Dat was
een begin. Maar beslist niet genoeg om het schrijvershoofd leger te
krijgen. Graag schets ik u het ontstaan van het oeuvre van Irma
Grovell, zoals ik dat heb beleefd.

Op een avond in 2013 gingen we samen naar een toneelvoorstelling in
het Rosa Spier Huis.  Na afloop bracht ze mij naar huis en ze had
kennelijk die avond sterk de behoefte te vertellen over haar reis van
toen, in 1967, naar Nederland, met zoveel andere Arubanen in het
vliegtuig, ieder met zijn ideeën over een leven in Nederland. Er waren
veel beelden in haar hoofd, over de aankomst hier en hoe later
iedereen zonder énige inspraak een woonplaats kreeg toebedeeld,
waardoor haar vriendinnen ver bij haar vandaan terecht kwamen. De
afstand van het Rosa Spier Huis naar ons huis is per auto zo’n 5
minuten maar Irma had zoveel te vertellen en daardoor ging ze steeds
langzamer rijden. Dus, dames en heren, als u een auto héél langzaam
ziet rijden dan weet u nu wel dat er twee schrijvers in zitten die over
hun volgende boek praten.
‘Wat een verhaal, Irma,’ zei ik. ‘Dít moet je nu gaan schrijven.’
Dat vond zij ook! We stonden nog een uur op de stoep voor ons huis
geparkeerd want de eerste ontmoeting met Gerrit wilde ze ook nog
even, helemaal, toelichten.

Tijdens haar schrijfproces vroeg ik alleen maar of het goed ging. Ja,
heel goed. Niet dóórvragen is dan het beste. Dus ik keek, in 2014, uit
naar de aankondiging van de verschijning van haar roman over haar
komst naar Nederland. Máár met enige verbazing las ik de titel:
Glanzende Schoenen. Er volgde een korte dialoog:
‘Dus Irma, niet eh over je aankomst hier …?’
‘Nee, dit moest eerst.’
Dat hebben schrijvers nu eenmaal: tussen alle verhalen in het hoofd
is er eentje die als eerste wil! En daar kun je dan maar beter naar
luisteren.
Het is begrijpelijk dat het hoofdpersonage in haar roman, en de
gevolgen van zijn gedrag, om voorrang vroegen. De beschreven vader
hield in alle opzichten van feestvieren waarbij hij dan tiptop gekleed
op pad ging, terwijl zijn vrouw voor het gezin de eindjes aan elkaar
moest knopen. De lezer bekijkt hem door de ogen van zijn dochter
Crystal en voelt mee met de kinderen die op zaterdag zijn 15 paar
schoenen moesten poetsen.
Irma Grovell maakte met dit boek, indringend van toon en in een
beeldende stijl geschreven, naam als schrijver van Arubaanse – en
Nederlands-Caribische literatuur; een schrijver die de passie heeft
achtergrond en cultuur te willen delen.
De eerste presentatie was hier in Schering en Inslag en iedereen die
toen aanwezig was, weet dat we allemaal met een potje schoensmeer
naar huis gingen.

Mijn man en ik waren ook aanwezig bij het aanbieden van een
exemplaar aan de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Alfonso
Boekhoudt, in het Arubahuis in Den Haag. November. Het was zo’n
dag met van dat echt miezerige Hollandse parapluweer maar zodra
we in het Arubahuis stonden begon de zon te schijnen, met overal die
foto’s van stranden en palmbomen, de knalblauwe zee, de vrolijke
mensen in alle vertrekken. Recensent Quito [uitspraak = Kieto]
Nicolaas hield een inleiding over het door Irma beschreven San
Nicolas in de jaren ’60 met de komst van de olieraffinaderij, die voor
sommige gezinnen enige welvaart bracht maar niet bij de families
waarin vaders een groot deel van het loon uitgaven voor hun eigen
pleziertjes. Hij ging in op de verschillende thema’s van de roman en
noemde haar taalgebruik met de vele bijvoeglijke naamwoorden:
“fenomenaal”.
Na het officiële gedeelte met de overhandiging volgden leuke
gesprekken bij drankjes, heerlijke Arubaanse hapjes en natuurlijk de
hartverwarmende muziek.

Na zo’n zonnige happening kon de volgende roman niet lang op zich
laten wachten. En nu kregen, in 2015, haar herinneringen aan haar
komst naar Nederland een plaats in boekvorm in Dromen van Holland.
Het ver weg gedroomde leven van Rosa, die op 18-jarige leeftijd Aruba
verlaat, ging over hoop en de wensen in Nederland alles uit het leven
te halen wat mogelijk was, maar niet over het leren omgaan met
cultuurverschillen en vormen van discriminatie. Dromen van Holland
leverde voor veel landgenoten met Caribische roots gevoelens van
herkenning en erkenning op en voor de van oudsher in Nederland
wonenden inzicht in voor hen, tot dan toe, onbekende feiten en
gevoelens. Ook bij dit boek voelde Irma de noodzaak van haar taak,
dit verhaal móest worden geschreven.

Na Dromen van Holland was er weer zo’n grapje met Irma. Ze vertelde
mij uitgebreid over het werken aan een historische roman, waarvoor
ze veel onderzoek moest doen. Dat was voor ons beiden een goed
gespreksonderwerp omdat ik ook boeken over historische
onderwerpen heb geschreven. Het was een tijdje stil, nou ja, stil, het
driedubbel dikke boek Apocalyps van de aarde in vijf bedrijven van
Gerrit Bogaers verscheen en Irma was ondertussen druk bezig met
haar nieuwe boek. Niet storen dus. Een maand geleden belde ze mij
op met de vraag of ik vandaag hier…
‘O’, riep ik enthousiast. ‘De historische roman!’
Het duurde even voordat ze antwoordde.
‘Nou, eh, nee,’ zei ze. ‘díe roman komt nog. Dit is een ánder verhaal
en de titel is Wees gelukkig.’
Dames en heren, dat is een titel met een boodschap.
En daarom geef ik nu, voor meer informatie over Wees Gelukkig, graag
eerst weer het woord aan Ziara en ja, ik weet wel zeker dat ook u nu
moet denken aan dat kleine meisje en de klanken van de Harmonie!

© Else Flim