Vijftig jaar

We hebben vijftig jaar geleden
opnieuw een kaars in dit land aangestoken.
Het licht laten we verder schijnen op
ons pad en ook op die van ons nageslacht.

Als jonge meiden beleefden
we onze eerste verre reis,
ver van onze vertrouwelingen
naar dit grote moederland.

Onderweg in een bus
naar een onbekende plek
gleden onze ogen over weiden,
koeien stonden loom te grazen,
water stroomde tussen velden,
knotwilgen toonden hun krachten,
boerderijen lagen verspreid.
Wat was alles hier toch groen.

Onze tijd hier was begonnen
met strubbelingen en heimwee,
huilen, verlangen en wennen.
We voelden ons soms niet oké.
Gelukkig hadden we elkaar
om lief en leed te delen,
die ruimte creëerden we,
het was de band van hoop.

Op een dag pakten we weer
onze koffers in en zwaaiden.
We sloegen de vleugels uit om
zelf aan het leven te ruiken,
zelf eigen fouten te maken,
draaien aan het rad van fortuin,
aan de liefde snuffelen,
onze eigen plekken vinden.

Vele liefdes werden bekroond
met partners en kinderen.
Sommigen vroeg, anderen later
met voor- en tegenspoed.

Vijftig jaar verder, nu AOW’ers,
ja, magere Hein is langs geweest.
We leven verder met het verlies,
maar gelukkig ook met nieuwe
aanwinsten in sommige levens.
De kleinkinderen onder ons,
leren met klim- en valpartijen,
te leven met vallen en opstaan.

Soms pakken kwaaltjes en ziekte ons.
Daar kunnen we niet onderuit
want ieder van ons zit in
de cirkel van het leven.