Dromen komen niet altijd uit

Dag mistig dromenland,
tot ziens familie, eiland.
Ze ging, vloog de wereld in,
naar moederland, ver in de wind.
Hard werken, iemand worden,
en voor de familie zorgen.

Weg was haar zorgzame jeugd,
het leven bood weinig vreugd.
Kleineren en bedrogen,
Gediscrimineerd, belogen.
De bekrompen mens
lachte haar uit om haar droomwens.

Het vreemde hield haar bezig
liefde en begrip afwezig.
Haar geloof was bijna weg,
op tijd  nam ze een omweg.

Na een jaar onbehagen
vragen, klagen en jagen,
herpakte ze haar teugels,
versterkte ze haar vleugels.

En ze vloog.